Anderlecht staat voor aartsmoeilijke opdracht: een blik op de statistieken tegen "angstgegner" Union
In dit artikel:
Vandaag staat in Brussel een bijzondere bekerfinale op het programma: Anderlecht tegen stadsgenoot Union — een confrontatie die de voorbije jaren steeds meer in het voordeel van Union kantelt. Sinds beide clubs samen in de hoogste klasse spelen, ontmoetten ze elkaar 18 keer. Statistisch gezien is Union de dominante partij: de Brusselaars scoorden 31 goals in die onderlinge duels, twintig meer dan Anderlecht.
De rivaliteit ontstond duidelijk vanaf het seizoen 2021/22, toen promovendus Union op de eerste speeldag verrassend met 1-3 won in het Astridpark. Toen stonden Vincent Kompany en Felice Mazzu langs de zijlijn; van de spelers uit die tijd zijn nog Yari Verschaeren (Anderlecht) en Guillaume François en Christian Burgess (Union) actief. Union bouwde daarna een indrukwekkende reeks op: zeven opeenvolgende zeges tegen paars-wit over bijna drie jaar heen.
Anderlecht doorbrak die spellingsreeks pas op 14 april 2024 met een 2-1 thuiszege, maar over het algemeen bleef Union ongeslagen of dominant. De laatste overwinning van Anderlecht vóór vandaag dateert uit oktober vorig jaar, toen Nilson Angulo beslissend was. Nog recenter verloor Anderlecht in de play-offs thuis tegen Union, mede door een rode kaart voor Killian Sardella — een slechte generale voor paars-wit.
T1 Jerémy Taraval erkent de impact van die rode kaart: "De rode kaart verandert de hele wedstrijd", maar hij hield de wedstrijdanalyse positief en benadrukte dat Anderlecht in het spel wel degelijk beweging en duelkracht toonde. Voor Anderlecht is deze finale daarom een kans om een lastige reeks te vergeten; voor Union de bevestiging van zijn opmars in Brussel en het Belgische voetbal.